Thema grenzen stellen, deel 3: manieren van grenzen stellen die niet werken

Thema grenzen stellen, deel 3: manieren van grenzen stellen die niet werken

Thema grenzen stellen, deel 3: manieren van grenzen stellen die niet werken

Teuny, pedagogisch adviseur van het CJG, neemt je mee in de wereld van het opvoeden: grenzen stellen. Deze maand deel 3 uit een reeks van 4. 

 

Eerder schreef ik over waarom grenzen stellen moeilijk is én waarom het zo belangrijk is. Dit en het volgende deel gaan over verschillende manieren van grenzen stellen. Vandaag over manieren die iedere ouder wel eens toepast, maar op den duur niet zo helpend zijn.

Vliegen verjagen

Herken jij de volgende situatie ook? Je kinderen zijn aan het stoeien, het gaat er steeds wilder en luidruchtiger aan toe. Je roept uit de keuken ‘Hé kan het een beetje zachter.’ Daarna ‘[naam kind], doe eens eventjes voorzichtig met je broertje!’, en even later ‘Waarom gaan jullie niet buiten zo wild doen!’, ‘Jongens wat zei ik nou!!’, enzovoort. De jongens houden zich misschien even in, om vervolgens met volle inzet door te gaan. Tot er eentje zich pijn doet en gaat huilen, of tot er iets kapot gaat.

Wanneer leer jij nou eens luisteren!

Deze manier komt vaak voor in combinatie met de vorige: Áls er dan iets verkeerd gaat, been je op hoge poten naar je kinderen. Op boze toon uit je je afkeuring en frustratie. 'Ja, dat komt er nou van. Wanneer leren jullie nou eindelijk eens luisteren!'

Wat gebeurt er?

Het 'verjagen van vliegen' is eigenlijk een voorbeeld van géén grenzen stellen: je keurt het gedrag van je kinderen af en tegelijkertijd laat je het gebeuren. Veel kinderen maken gebruik van de ruimte die door deze onduidelijkheid wordt geboden. Ze kunnen er zelfs door worden gestimuleerd: wat gebeurt er als we doorgaan?

 

Terwijl je kinderen gewoon doorgaan bouwt bij jou de ergernis zich op. Er kómt een punt, dat het helemaal klaar is en dan ben je ineens zó boos! (Je slaat de vlieg dood.) Dat is vaak het punt waarop je kinderen stoppen. Ouders zeggen dan: ik moet éerst boos worden vóór ze luisteren. Maar misschien is het: je moet eerst duidelijk worden vóór ze luisteren?

Nee. Nee. Nee.

Sommige ouders zeggen op bijna alles wat een kind vraagt bijna automatisch ‘nee’. Mama mag ik een koekje? Nee. Mag Pien vrijdagavond bij ons eten? Nee. Papa, wil je een spelletje met me doen? Nee, nu niet, je hebt genoeg om zelf mee te spelen.

 

Het kind vraagt om uitleg, maar soms weet de ouder het zelf niet. 'Omdat ik het zeg!' Nu moet de ouder toch volhouden ... Zo kunnen ouder en kind tegenover elkaar komen te staan.

'Het is vandaag wéér niet goed gegaan op school.'

'Het is vandaag wéér niet goed gegaan', heeft moeder net van de juf gehoord. 'Dat wordt vanmiddag dus niet buiten spelen.' Het kind heeft moeder teleurgesteld en de hele schooldag komt in een negatief daglicht te staan. En de rest van de middag nu ook ... Wat leert het kind daarvan? Het zal zijn zelfvertrouwen zeker niet bevorderen. En zijn goede wil evenmin, vrees ik.


De vraag is wat gebeurt er op school waardoor hij zich niet aan de verwachtingen kan houden? Wat heeft het kind nodig om zijn gedrag te kúnnen bijstellen?

Grenzen stellen, deel 4

In het volgende deel vertelt Teuny je meer over duidelijke, positieve en helpende manieren van grenzen stellen aan je kind. 

 

Lees ook:


Nieuwsdatum: woensdag 10 januari 2018

Nieuws